Geschiedenis van de olijfboom
Latijnse naam: Olea Europaea
Olijfbomen hebben zich circa 6000 jaar geleden verspreid vanuit Palestina naar de gebieden rond het oostelijk deel van de Middellandse Zee, zoals Syrië en KleinAzië.
De landen rond de Middelandse zee spelen de belangrijkste rol in de productie van olijven en olijfolie.
Al duizenden jaren wordt de boom in de literatuur van landen rond de Middellandse Zee genoemd, zoals in Griekse mythologie en Tenach. Volgens de Griekse mythologie schonk Pallas Athene in haar wijsheid een olijfboom aan de stad Athene. Nog steeds staat er daarom een olijfboom op de Akropolis.
Rond 600 v.Chr. verspreidt de teelt van olijfbomen zich naar Griekenland, Italië, Spanje, Noord-Afrika en andere Mediterrane landen.
Verwijzingen in de Bijbel
De olijfboom en olijven speelden een belangrijke rol in het leven van de volkeren die ten tijde van het Oude en Nieuwe Testament rond het Middellands Zee gebied leefden. In de bijbel wordt vaak melding gemaakt van olijven en olijfbomen. De olijfboom speelde ook in het leven van Jezus een belangrijke rol. In het Hof van Gethsemane(olijfpers), een olijfboomgaard, vecht Jezus voor zijn leven en na zijn dood wordt hij begraven in een grot die zich in een olijfboomgaard bevond.
De Olijfberg is een bergrug ten oosten van Jeruzalem. De bergketen bereikt een hoogte van 827 meter, waarvan de eigenlijke Olijfberg met de Hemelvaartskoepel 809 meter hoog reikt en daarmee 120 meter boven het Kidrondal en ongeveer 65 meter boven de Tempelberg uitsteekt.
De berg dankt zijn naam aan de olijfbomen die er groeien. Aan de voet van de berg ligt Gethsemane, de plaats waar Jezus volgens het christendom werd overgeleverd aan de Romeinen. De Olijfberg is de locatie waarop veel Bijbelse gebeurtenissen zich hebben afgespeeld.
In het Bijbelboek Zacharia wordt de Olijfberg als de plaats genoemd vanwaar God zal beginnen met het tot leven wekken van alle overledenen aan het einde der tijden. Om deze reden is de Olijfberg altijd een populaire begraafplaats voor Joden uit Jeruzalem geweest. Tot op de dag van vandaag is de Olijfberg in gebruik als een begraafplaats. Naar schatting zijn er zo'n 150.000 graven op de Olijfberg, waaronder die van bekende personen zoals Zacharia de profeet, Yad Avshalom en een groot aantal rabbijnen.
In de Tenach wordt de Olijfberg twee keer genoemd. De eerste maal ligt het op de route van Koning David die uit Jeruzalem vlucht voor zijn zoon Absalom Een tweede maal wordt het genoemd in de profetieën van Zacharias Ook wordt er enkele keren impliciet naar de Olijfberg verwezen.
In het Nieuwe Testament wordt de Olijfberg veelvuldig genoemd. De weg van Jeruzalem naar Bethanië liep over deze berg. Ook verbleef Jezus veel op deze berg. Volgens de evangeliën gebruikte Jezus de Olijfberg als rustplaats en als plaats om zijn leerlingen te onderwijzen .
Met het ontdekken van Amerika brachten de Spanjaarden de olijfboom naar het subtropische deel van het Amerikaanse continent, met name in Californië, Mexico en Zuid-Amerika. Ook in andere delen van de wereld, zoals Australië, Florida, Brazilië, en China worden tegenwoordig olijven geproduceerd.
Naar schatting telt de wereld meer dan 800 miljoen olijfbomen en worden er jaarlijks meer dan 35 miljoen gallons olijfolie geproduceerd.
Voor olijfolie is Spanje de grootste producent ter wereld. Daarna volgt Italië.
De olijfboom staat symbool voor: leven, vrede en liefde.
Door onderling kruisen bestaan er vandaag de dag meer dan 80 soorten olijfbomen. De boom groeit aanvankelijk relatief langzaam, heeft een dikke stam en lange wortels. Vanwege de groei van de wortels, moet er telkens een minimale afstand tussen de bomen worden aangehouden bij het beplanten. Pas na 5 jaar begint de boom vruchten te dragen. Olijfbomen kunnen vele honderden jaren oud worden. Oude olijfbomen zijn bijzonder waardevol.
Olijfbomen houden van droge zomers met temperaturen tussen de 25 en 45 graden en kunnen niet tegen zeer strenge vorst.
Variëteiten
Door zijn vele variëteiten verschillen olijfbomen in smaak, vruchtdracht en groeiwijze. De ene soort leent zich meer voor tafelolijven en andere soorten lenen zich meer voor het maken van olijfolie. Bekende tafelolijf-soorten zijn de Conservolia uit Griekenland, de Ascolana uit Italië, en de Hojiblanca en Manzanilla uit Spanje. De beste grond is licht alkalisch en goed waterdoorlatend. Olijfbomen hebben groene lederachtig bladeren die om de 3 jaar af vallen. De bewerking van de olijf voor consumptie verschilt van plaats tot plaats. Na bewerking worden de olijven op maat gesorteerd volgens internationale standaard. Het gaat daarbij om de grootte die uitgedrukt wordt in het aantal olijven (met pit) per kilo. Met of zonder pit, met vulling of niet worden de olijven aangeboden. Olijven kunnen ongerijpt en gerijpt worden verwerkt. De voedingswaarde van de zwarte gerijpte olijf is hoger. In de Noord-Europese landen is men vooral gek op de onrijpe groene olijven en rond de Middellandse Zee geeft men de voorkeur aan de zwarte olijf op Spanje na. Een voorbeeld hiervan is de Griekse Kalamata olijf. In het oostelijk deel van de Middellandse Zee vindt men de wat grotere olijfsoorten die zowel als olijfolie als voor olijven als olijfolie zeer geschikt en lekker zijn. De kleinere soorten aan de westkant zijn vooral geschikt voor olijfolie.
Olie
![]() |
De boom waaruit in de loop der eeuwen onze eetbare olijven zijn ontstaan is eigenlijk een ondersoort, namelijk Olea europaea subsp. sylvestris. In Oost-Afrika komt nog een andere ondersoort voor, Olea europaea subsp. cuspidata, met kleine olijven die nauwelijks eetbaar zijn. In de hooglanden van Ethiopië komt deze Afrikaanse wilde olijf vaak voor in kerkbossen, kleine resten natuurlijk bos in een voor de rest vaak boomloos landschap. |
Op welk moment de juiste rijpheid is bereikt, hangt af van de soort. Het is noodzakelijk om het gunstigste moment voor iedere olijvensoort te bepalen, al naar gelang de ligging van de boomgaard. Over het algemeen blijken oliën verkregen uit vroege oogsten, wanneer de olijven nog groen zijn met slechts een paar paarse vlekjes en nog niet helemaal rijp, een mooie groene kleur hebben en krachtig en fruitig zijn. Hoe rijper de olijf is, des te geler en zachter de olie wordt. Omdat licht een nadelige invloed heeft op de smaak, verdient blikverpakking de voorkeur boven de fles. Olijfolie wordt tijdens gebruik vaak in kleine vertinde oliekannetjes bewaard, die zorgvuldig met kurk worden afgesloten om ze zo tegen zijn grote natuurlijke vijanden licht en lucht te beschermen. De meest zuivere persing is de eerste koude persing (extra vierge). Olijfolie is tot drie jaar te bewaren.
![]() |
Tegenwoordig worden de olijven in een elektrische maalmachine tot pulp gemalen. Deze pulp wordt verdund met een beetje lauw water om bewerkt te kunnen worden in een machine die de olie van de pulp scheidt. De olie loopt er langzaam uit. De eerste olie is natuurlijk van de beste kwaliteit, maar het persen duurt maar twintig minuten. Dan is er de laatste fase waarin de olie ontdaan moet worden van vocht en ongerechtigheden. Dit kan op twee manieren: door klaren (laten bezinken) of door centrifugeren. Het klaren gebeurt in grote roestvrijstalen vaten en duurt 30 tot 36 uur, de tijd die olie nodig heeft om boven te laten komen. Door de olie nog eens twee maanden langer te laten bezinken bezinken ook de afvalstoffen en wordt een ouderwetse traditionele kwaliteit verkregen. Het elektrisch centrifugeren is een ruwere maar ook veel snellere methode. In plaats van het lange ‘extra’ bezinken, wordt de olie via filters de mooi gouden en heldere kleur te geven. Dit filteren gebeurt vlak voor het bottelen. Het is niet verplicht en sommigen geven de voorkeur aan olijfolie in zijn originele troebele staat, omdat aroma’s beter bewaard blijven. Voor de productie van extra vierge olijfolie worden de bedrijven regelmatig gecontroleerd. |
Een olijfboom begint te produceren als hij zeven tot tien jaar oud is en kan daarmee ongeveer tot zijn honderdste doorgaan; daarna wordt de opbrengst minder. De leeftijd van de bomen heeft alleen invloed op de hoeveelheid olijven, niet op de kwaliteit. De olijf is een wintervrucht. Op welk moment de juiste rijpheid is bereikt hangt af van de soort. De groene olijf wordt in september en oktober geoogst, de zwarte of blonde van november tot februari. Bij oude bomen worden de olijven geplukt of met stokken uit de boom geslagen. Bij jongere bomen worden de olijven meestal uit de boom geschud en opgevangen in een net op de grond. Met de hand geplukte olijven worden natuurlijk met meer zorg behandeld dan olijven. Tafelolijven zijn meestal groter dan de olijven bestemd voor olijfolie. Olijfolie is een van de gezondste en natuurlijkste voedingsmiddelen die er bestaan.
De winterhardheid van de olijfboom is afhankelijk van de van de leeftijd en plaats van de boom. De bomen kunnen een korte periode tot – 16 °C. Maar u neemt bij vorst vanaf -2°C beste goede maatregelen.


